Wie doet mee?

1. Het team van de begeleiders

De begeleiders ondersteunen elkaar, overleggen over opvoedkundige technieken, werken samen nieuwe collega's in, dragen de zorg voor alle kinderen.
Begeleiders die mee verantwoordelijkheid dragen, hebben de sleutel voor een doeltreffende vernieuwing in handen.

Wekelijks wordt er door alle begeleiders vergaderd (=’team’). Het werk wordt er verdeeld, er worden collectieve beslissingen genomen, er groeien ideeën, intervisie en evaluatie werken op elkaar in.

Het team ontwikkelt zijn eigen deskundigheid door nascholing, onderlinge uitwisseling, externe evaluaties. Op pedagogisch en didactisch vlak bouwen ze de school verder uit. Deze opgebouwde deskundigheid staat in blijvende dialoog met de ouders. Heterogeniteit is belangrijk voor de onderlinge verrijking. Het team moet echter kunnen verder functioneren, bepaalde verworvenheden kunnen niet altijd in vraag gesteld worden.

2. De begeleider en de kinderen

De begeleider is een spilfiguur, neemt verschillende rollen op, hij delegeert, observeert, leidt vergaderingen, instrueert, structureert en leeft vooral samen met de klasgroep.

De begeleider gaat een relatie aan met de kinderen vanuit zijn eigen persoonlijkheid met zijn eigen gevoelens en gedachten. Hij  heeft vertrouwen en respect in de groeidrang van het kind. Hij schept een klimaat van vertrouwen en veiligheid waarin ieder kind in de hele groep zich kan ontwikkelen volgens zijn mogelijkheden en knelpunten.

Hij  heeft zicht op de processen die zich in het kind en in de groep afspelen en ondersteunt de groep en het kind in het groeien naar zelfbeheer en verantwoordelijkheid.

In de klas zijn er bepaalde structuren die de betrokkenheid en zelfstandigheid van de kinderen verhogen ... (zie hiervoor verder bij de kinderen).

3. De begeleider en de ouders

Om het kind als totaalbeeld te zien, krijgt de begeleiders informatie van de ouders. Ouders en begeleiders zorgen ervoor dat er geen kloof tussen thuis en de school is via gesprekken, heen- en weermapjes en klasvergaderingen die 3x per jaar plaats vinden.

Ouders ondersteunen begeleiders op verschillende manieren in hun klaswerking (zie hiervoor verder bij de ouders).

4. De ouders

Ouderparticipatie is een rijk geladen woord in onze school. Via de ouders worden mogelijkheden van de schoolwerking uitgebreid. Kinderen krijgen de kans om regelmatig met andere volwassenen om te gaan. Ouders brengen nieuwe deskundigheid mee, ze vergroten de band tussen school en de wereld erbuiten.

We onderscheiden dan ook verschillende vormen (niveau's) van ouderparticipatie:

  • ouders zijn meebetrokken in de klas- en schoolwerking.
  • ouders maken de ronde mee, ze rijden mee op uitstap, er zijn zwemopa's, lees- en rekenmoeders. Ouders kunnen een dagje meemaken in de klas, organiseren mee ateliers.
  • een ruime informatieverstrekking
    • over de klaswerking via de klaskrantjes, de heen- en weerblaadjes, de klasvergaderingen, het intranet
    • over de schoolwerking via de nieuwsbrief, verslagen van algemene vergaderingen, verslagen van het vestigings bestuur, het intranet
  • Ouders liggen aan de basis van onze school en bepalen mee de werking van de school. Ze stippelen mee de basisprincipes uit en de concrete realisaties ervan. (eens de basisprincipes er zijn, worden die gerespecteerd)
    De uitwerking van deze vormen van ouderparticipatie, deze vorm van democratisch zelfbeheer vergt een hele organisatie-ontwikkeling. Door de schoolgrootte kan rechtstreekse democratie niet meer, de ouders delegeren aan een verkozen orgaan: het vestiginsbestuur. Alle ouders kunnen lid worden van de algemene vergadering en worden hierdoor stemgerechtigd van zodra hun kind de school betreedt.
  • Ouders en begeleider nemen actief deel aan de vele werkgroepen in onze school. Deze werkgroepen spelen een belangrijke rol in de organisatie en dynamiek van de Levensboom.
    • redactiegroep Levensblad: verzorgt drie maal per jaar de uitgave van het schoolkrantje;
    • financiële werkgroep: beheert en geeft advies over het financiële gebeuren in de school;
    • werkgroep inter-/intranet: ontwikkelt en beheert de websites van onze school;
    • ad hoc werkgroep "pimp je speelplaats":  ontwerpt een nieuwe speelzone bij de kleuterklassen;
    • ad hoc werkgroep "Freinet secundair onderwijs": met deze werkgroep onderzoeken we de mogelijkheden om een Freinet-secundaire school op te richten;
    • praktische werkgroep : knapt allerlei klusjes op in onze school (schilderen, speelplaatsen aanleggen, chauffages herstellen, ...;
    • personeelswerkgroep:  helpt het personeelsbeleid vorm te geven en is het klankbord voor de coördinator;
    • het team dat de pedagogische visie in de klassen uitwerkt. Ze komen wekelijks bijeen.
    • werkgroep DOL: organiseert informele contacten tussen ouders.
    • werkgroep groene vingers:  verzorgt onze tuintjes en houdt ons milieubewust.

Deze werkgroepen zijn samen verstrengeld, beïnvloeden mekaar door eenzelfde doelgerichtheid en maken de eigenheid van onze school.

Al deze ouderwerkgroepen en het team hebben vertegenwoordigers in het vestigingsbestuur dat maandelijks bijeenkomt. Om de dagdagelijkse werking van de school op te volgen komt het dagelijks bestuur bestaande uit twee ouders en een teamlid uit de R.V.B. samen.

5. De kinderen

De actieve klas vraagt veel organisatie. Naast verschillende vormen van planning is er ook nood aan duidelijke afspraken. Dit stelt zich nog duidelijker in de mate dat de kinderen het globale klasleven vanuit een democratisch denken mee beheren.