Klaspraktijk

1. Algemeen

Als basis voor de indeling van de klassen, opteren wij ervoor dat de kinderen 2 opeenvolgende jaren door dezelfde leerkracht worden begeleid.

Meer teruggetrokken kinderen voelen zich meer op hun gemak bij een begeleider die ze goed kennen. De begeleider krijgt de kans alle aspecten van het kind te leren kennen, ket kind beter te kunnen opvolgen en soepeler om te gaan met de leerstofdoelen (onnodige "druk" vermijden).  Deze structuur kan zowel binnen jaarklassen (waarbij de leerkracht mee doorschuift) als binnen graadsklassen (waarbij 2 leeftijdsgroepen samenzitten) georganiseerd zijn.

1° kleuters1° kleuters2°-3° kleuters2°-3° kleuters1°-2° leerjaar1°- 2 ° leerjaar3°- 4° leerjaar3° - 4 ° leerjaar5° leerjaar5° - 6° leerjaar6° leerjaar

Dit is de situatie zoals ze er dit schooljaar uitziet. Voor volgend schooljaar schuiven een aantal begeleiders door met hun groep. Andere begeleiders starten met een volledig nieuwe groep. Begeleiders in de vaste graadsklassen krijgen voor de helft een nieuwe groep.
 

2. Kinderparlement

Omdat we kinderen vanuit een democratisch denken de school willen laten mee beheren, wordt regelmatig met de kinderen overleg gepleegd over het reilen en zeilen van de school- en speelplaatswerking.

Zo kunnen kinderen de afspraken helpen evalueren, bijsturen, vernieuwen. Kinderen dienen zelf na te denken of ze bijvoorbeeld al of niet deelnemen aan bepaalde acties, ingaan op uitnodigingen, … .

Dit alles wordt ofwel in kleine heterogene groepjes of in de klasgroepen voorbereid en besproken. De vertegenwoordigers van deze groepen brengen hun “groepsstandpunt” in het kinderparlement naar voor. In het kinderparlement worden uiteindelijk de nodige beslissingen genomen.

3. Klaskrantje

Sommige klassen maken een eigen krant die de vrije teksten bundelt en/of een beeld geeft van wat er gaande is in de groep (bv. thema of project). De teksten kunnen handgeschreven, gestempeld, getypt of gedrukt worden.

De computer vervangt steeds meer de drukpers. De teksten van de kinderen worden gebruikt bij de taallessen in de klas.

Ze krijgen een dubbele functie doordat ze ook verspreid en gelezen worden door de kinderen zelf, hun ouders en de andere groepen in school.

4. Praatronde

Dagelijks start het klasgebeuren in de ronde. De kinderen krijgen er elk de kans iets te vertellen of te tonen. Onderwerpen die "succes" hebben bij de andere kinderen kunnen de aanleiding tot nieuwe activiteiten zijn.

Maar de ronde is meer dan dat! Het is de spil waar de dagelijkse organisatie om draait. In de ronde gaat het ook om de regeling en de organisatie van het groepsleven.

Het werk wordt er, onder leiding van begeleider en kinderen, in overleg georganiseerd. Teksten worden voorgelezen, werkjes worden getoond en besproken. Ook worden er conflicten doorgenomen en verantwoordelijkheden voor de goede gang van zaken verdeeld. Alle zaken die het leven in de groep betreffen komen aan bod. Iedereen wordt serieus genomen en praat zoveel mogelijk gelijkwaardig mee.

5. Atelier

2 keer per schooljaar wordt er een Atelierweek gehouden. Tijdens deze week gaan de kinderen bij een andere begeleider meewerken aan een zelfgekozen project. De ‘vreemde’ begeleider brengt  hen bepaalde technieken over bvb. theater, knutselen, tekenen, muziek, dans....  Dit is voor de kinderen een unieke gelegenheid om de andere begeleiders te leren kennen en om met andere kinderen uit alle leeftijdsgroepen samen te werken.

6. Forum

Het Forum is een soort bijeenkomst waar alle klassen de kans krijgen om iets voor te stellen vanuit hun eigen klaswerking: een thema waaraan ze werkten, een project, een gebeurtenis, ... Dat doen ze dan met een toneeltje of een liedje, een versje, een dansje of nog iets anders. Het Forum gaat om de 3 weken door in de turnzaal en ook de ouders kunnen komen kijken.

7. Evaluatiesysteem

De begeleiders maken 1 maal per jaar een evaluatieverslag van het kind dat zowel het sociaal-emotionele aspect als de evolutie op cognitief vlak (leervorderingen) omvat. De ouders krijgen dit maar bezorgen het nadien steeds terug. Wie wil kan een copie van het verslag nemen in het bureau. 

In de loop van het schooljaar worden minstens 2 formele gesprekken georganiseerd tussen ouders en begeleider. Tijdens dit gesprek worden de evoluties van het kind besproken. Waar nodig worden werk- en aandachtspunten geformuleerd of worden positieve aspecten verder bekrachtigd. Via deze gesprekken en het lezen van de evaluatieverslagen krijg je als ouder een degelijke kijk op het functioneren van je kind op school. We werken niet met punten (op zich hebben punten niet veel betekenis) maar gaan integendeel het kluwen van sociale interacties, groepsdynamische processen, cognitieve ontwikkeling, werkhouding, … beschrijven en met voorbeelden uit het klasleven verrijken. 

Evaluatiesysteem eind zesde leerjaar. 
Op het einde van het zesde leerjaar beslist de Delibererende Klasseraad (coördinator en de begeleiders derde graad en tweede graad), op basis van alle documenten, werkstukken, verslagen en adviezen, om aan het kind al of niet het officiële getuigschrift Basisonderwijs toe te kennen. Zij adviseren ook over de verdere schoolloopbaan.

8. Stamgroepen

In de vestiging Marke wordt er wekelijks op maandag om 13.30  in gemengde groepen verzameld om de schooltaken aan te pakken en gezamenlijke acties te ondernemen die het belang van de klas overstijgen; klussen, speelplaats vegen, tuin en kippen verzorgen, kinderparlement, afval sorteren, ...

De stamgroepen worden bij het begin van het jaar vastgelegd. Om de maand schuiven ze door naar een andere begeleider.