De pijlers van onze werking

Onderstaande pijlers beïnvloeden de gehele dag onze klas- en schoolwerking. Bij de uitwerking van de pijlers hebben we reeds heel wat zaken uitgeprobeerd, veranderd, aan de kant gezet, weer van stal gehaald. Dat alles heeft ertoe geleid dat de Levensboom een Freinetschool is waar kinderen op een toffe wijze leren, verantwoordelijkheid dragen, zelfstandig aan de slag kunnen en met anderen samenwerken.

Wij beseffen ook dat we “nog niet klaar” zijn. Maar dat ben je nooit op school. We blijven ons alvast verder ontwikkelen. Toch durven wij met trots stellen dat de Levensboom een school is met een visie. Een visie die niet alleen mooi in een infobrochure staat.

  1. De kinderen zijn betrokken bij het klas- en schoolleven.

    De werk-, doe-, leer- en spelactiviteiten vertrekken vanuit de leefwereld van de kinderen. De kinderen brengen “hun” leefwereld binnen in de klaswerking. De begeleider speelt hier passend op in en linkt inhouden, vaardigheden en houdingen aan de ervaringen van de kinderen.

  2. Ieder kind is uniek!

    Elk kind is uniek en mag dat ook zijn. Elk kind is van nature verschillend qua karakter, mogelijkheden, persoonlijke interesses, tempo, speel- en werkhoudingen, sociaal-emotionele context, … . Deze individuele verschillen vinden hun weerspiegeling in de pedagogische/didactische begeleiding die anders is bij elk kind. Wij geven geen individueel onderwijs maar streven naar een “individuele aanpak”.

  3. Luisteren en erkennen van gevoelens bij zichzelf en bij anderen.

    Een kind kan maar maximaal ontplooien als het zich veilig voelt, als het erkenning en waardering krijgt. Pas als een kind deze positieve aspecten ervaart, zien we positieve evolutie op sociale, cognitieve, expressieve, … terreinen. Wij vinden het belangrijk dat kinderen hun gevoelens kunnen uiten. Het leren herkennen en verwoorden van gevoelens wordt dan ook gestimuleerd. Kan een kind zijn gevoelens binnen de klas, ten aanzien van een begeleider, … niet uiten, dan zien we heel wat spanningen bij het kind ontstaan. Centrale vragen hierbij zijn ondermeer : Hoe voelt het kind zich binnen de groep? Welke relatie is er tussen kind en begeleider? Welke remmingen en angsten ervaart het kind en hoe kunnen we het hierbij helpen? Welke rol neemt het kind op binnen de groepscontext?

  4. De Levensboom maken wij in “groep”!

    We bouwen, zowel binnen de klas als de school, een “leef-, speel- en werkgemeenschap” uit waar de groepscohesie hoog is. De kinderen en de begeleider stellen samen doelen voorop, werken samen uit een project uit,  dragen samen zorg voor de klas- en schoolsfeer, runnen samen de klaswerking, bepalen gaandeweg de groepswaarden en normen,  … .

  5. Door zinvol te werken leert een mens het meest.

    Het leren lezen, schrijven, rekenen, … mag niet alleen een technische leeractiviteit zijn. Wat we leren, dient immers zinvol te zijn. Zo leer je niet schrijven om te schrijven. Schrijven is een communicatiemiddel en is bedoeld om gelezen te worden. Schrijven doe je om ideeën, gevoelens op papier te zetten. Rekenen doe je om problemen op te lossen. Verschillende leerinhouden staan ook in relatie met elkaar. Vandaar dat er heel wat tijd vakoverschrijdend en projectmatig wordt gewerkt.